Sidoarjo: van de stad van krupuk, tambaks en Oté-Oté Porong naar het landschap van de Lapindo-modder
- Home
- Sidoarjo: van de stad van krupuk, tambaks en Oté-Oté Porong naar het landschap van de Lapindo-modder
Sidoarjo: van de stad van krupuk, tambaks en Oté-Oté Porong naar het landschap van de Lapindo-modder
Wie vroeger vanuit Surabaya richting Malang, Batu of de Bromo reisde, kwam bijna vanzelf door Sidoarjo. Het was veel meer dan een plaats langs de weg. Sidoarjo stond bekend als de stad van de krupuk, waar de geur van versgebakken crackers al van verre te ruiken was. Langs de hoofdweg stonden tientallen winkels waar reizigers hun voorraad insloegen. Krupuk uit Sidoarjo was in heel Oost-Java een begrip en voor veel gezinnen hoorde een stop in de stad gewoon bij de reis.
Maar Sidoarjo was meer dan alleen krupuk. De uitgestrekte tambaks, de karakteristieke vis- en garnalenvijvers, bepaalden jarenlang het landschap tussen Surabaya, Sidoarjo en de kust. Hier werden garnalen en bandeng (melkvis) gekweekt, producten waarvoor de regio al generaties lang bekendstaat. Uit de garnalen werd bovendien de beroemde petis udang gemaakt: de dikke, donkerbruine garnalenpasta die nog altijd onmisbaar is in veel Oost-Javaanse gerechten, zoals lontong balap, tahu tek en rujak cingur.
Een andere specialiteit waar niemand aan voorbijging was de beroemde Oté-Oté Porong. Bij de kraampjes langs de weg werden de goudbruin gebakken groentebeignets vers uit de olie geserveerd. Voor inwoners van Surabaya was een ritje naar Porong in het weekend een geliefd uitstapje. Ook vakantiegangers die onderweg waren naar Malang of Batu maakten hier graag een tussenstop voor een kop koffie, een bord lokale gerechten en natuurlijk een portie warme Oté-Oté.
Sidoarjo was een levendige streek waar landbouw, visserij, aquacultuur en kleine industrie hand in hand gingen. De combinatie van rijstvelden, tambaks, krupukfabriekjes en drukke wegrestaurants gaf de regio een heel eigen karakter. Voor velen die in Surabaya opgroeiden, horen de herinneringen aan Sidoarjo onlosmakelijk bij de autoritten door Oost-Java.

Een gebeurtenis die alles veranderde
In mei 2006 veranderde het gezicht van de streek voorgoed. Bij een gasboring begon onverwacht hete modder uit de aarde te stromen. Wat aanvankelijk een lokaal incident leek, groeide uit tot een van de grootste milieurampen in de geschiedenis van Indonesië.
De onafgebroken modderstroom overspoelde woonwijken, bedrijven, landbouwgrond en delen van het uitgestrekte tambakgebied. Duizenden inwoners moesten hun huizen verlaten en verschillende dorpen verdwenen volledig onder een dikke laag modder. Ook de oude route tussen Surabaya en Malang veranderde ingrijpend en werd deels verlegd.
Twintig jaar later
Wie tegenwoordig over de snelweg langs Porong rijdt, ziet een heel ander landschap dan vroeger. Waar ooit dorpen, rijstvelden en tambaks lagen, strekt zich nu een uitgestrekt moddergebied uit dat wordt omsloten door hoge dijken.
De Lapindo-modder is nog altijd actief. De dijken worden voortdurend gecontroleerd en onderhouden om te voorkomen dat de modder zich verder verspreidt. Een recente lekkage in mei 2026, die gelukkig snel onder controle kon worden gebracht, laat zien dat blijvende waakzaamheid noodzakelijk blijft.
Daarnaast heeft de regio nog steeds te maken met bodemdaling. Daardoor blijven inspecties en onderhoud belangrijk om de veiligheid van de omgeving te waarborgen.

Bronnen: Indonesische autoriteiten (PPLS), lokale Indonesische media en openbare geologische informatie over het Lapindo-moddergebied.
Herinneringen die blijven
Voor veel oudere inwoners van Surabaya roept de naam Sidoarjo nog altijd herinneringen op aan de tijd waarin een autorit naar Malang bijna vanzelf betekende dat er werd gestopt voor een zak verse krupuk, een portie Oté-Oté Porong of om langs de uitgestrekte tambaks te rijden waar vissers en garnalenkwekers dagelijks aan het werk waren.
Gaan we iets verder terug, naar de jaren ’50 tot ’70, toen Sidoarjo bekendstond als “Kota Udang” (Garnalenstad). De tambaks waren toen hét beeld van de regio en vormden de basis voor de bloeiende garnalenexport, de productie van petis én de krupukindustrie.
Mooie foto hoor