Stamboel

Het Project Stamboel 2007

Hartelijk welkom, internetsurfers, en een speciaal selamat datang aan alle geïnteresseerde surfers voor de Indische toneelgeschiedenis.
Als jullie deze site hebben aangeklikt, dan zullen jullie ongetwijfeld interesse hebben in een stukje Indisch verleden van rond het jaar 1900. Er ontstond een nieuwe vorm van toneelspel : “De Oost –Indische Opera”, in die tijd beter bekend onder de volkse naam “ komedie Stamboel”.

De bedenker August ‘Guus’ Mahieu kwam in 1890 op het idee een toneelvorm in het leven te roepen, die geheel aansloot bij de smaak van het Indische publiek: de Komedie Stamboel of de Oost-Indische opera. Hij bedacht een theaterstuk dat een ieder uit de Indische samenleving aansprak, boeide en amuseerde: Blanda’s, Indo’s, Chinezen, Hindoestanen, Arabieren, Javanen en Madoerezen.

Met financiële hulp van toenmalig Stichting Het Gebaar heeft Stichting Adinda een aantal theater optredens van de Stamboel gefilmd en vastgelegd op DVD. Gelijktijdig is ook een CD met nummers uit de Stamboelvoorstelling “Onze Eigen geschiedenis” verschenen.

Dank aan alle muzikanten, artiesten, acteurs, figuranten en iedereen die aan dit project heeft bijgedragen.

De belangstelling voor het Stamboeltheater is de afgelopen jaren aanzienlijk gegroeid. Stichting Adinda ontvangt regelmatig verzoeken om meer informatie over de Stamboel te delen. Daarom hebben wij besloten een speciale webpagina te wijden aan onze Stamboelrevival.
Dit stukje Indische cultuur dat bijna van de aardbodem verdwenen is werd door Stichting Adinda nieuw leven ingeblazen.
Op de viering van het 60 jarig bestaan van Pelita24 (in november 2007) is een videoclip van de Stamboelvoorstelling vertoond. Vele geïnteresseerden hebben deze video gezamenlijk bekeken.
Op 24 augustus 2008 was de première van de DVD&CD van de Stamboelvoorstelling “Onze Eigen Geschiedenis” gehouden in het gebouw van CKC & Partners te Zoetermeer.

Over de Stamboel

In de dertiger jaren was de ‘Stamboel’ een populair fenomeen onder de Indo-europeanen, Inlanders en Indo-chinezen. Een “variété” toneelgezelschap dat overal in dorpjes en kampongs in voormalig Nederlands Indië optrad. Het orkest vertolkte muziek dat een mengeling is van jazz, klassiek en keroncong zowel vocaal als instrumentaal, was westers van melodie met Indische accenten. Het toneelstuk is een combinatie van ludieke, verdrietige en romantische scènes vertolkt in het typisch Indisch taaltje. Daarnaast was er een hele duidelijke interactie tussen publiek en acteurs.

In het licht van de begin jaren 1900 werd al gauw de Stamboel bestempeld als thuishorend in de “kampong” voor de relatief laag op de maatschappelijke ladder gesitueerde Indische mensen. Daarnaast werd het toen, niet erkend als Indische cultuur. En dus moest alles ‘stiekem’ gebeuren; van het oefenen van het orkest en het toneelgezelschap tot aan het bijwonen van de voorstellingen.

Een stamboelvoorstelling

Het is half negen. Het stamboelorkest, dat beneden aan het voetlicht van het podium opgesteld staat, zet een opwekkende mars in. Dan verstomt de muziek en volgt een oorverdovend applaus. De toeschouwers joelen en schreeuwen van jewelste, wanneer een bel aankondigt dat het spel spoedig zal beginnen.
De tent is al overvol en er stromen nog steeds mensen naar binnen, terwijl er geen zitplaats meer over is.
Kom, zie en oordeel zelf, de slagzin heeft meer publiek naar de voorstelling gelokt, dan er zitplaatsen zijn.

Een tweede keer begint het stamboelorkest te spelen. Als de bel weer luid rinkelend klinkt, zet het orkest een slepende wals in. Onder luid gejoel en gejuich en schril gefluit gaat het doek op. Op de bühne staan in twee rijen de twaalf acteurs en vier actrices naast elkaar, die de toeschouwers zingend begroeten. Vervolgens verlaten ze het podium om achter de coulissen te verdwijnen. De voorstelling van hedenavond Ali Baba en de veertig rovers met in de hoofdrol August ‘Guus’ Mahieu, die het stuk zelf geschreven en geregisseerd heeft, begint.

  • Tussen de akten door brengen twee narren de toeschouwers voortdurend aan het lachen. De potsenmakers zingen tot groot vermaak van het publiek o.a. het typisch Hollands-Maleis rijmpje:
  • En satoe, dat is één,
  • En batoe, dat is steen,
  • En roti, dat is brood,
  • En mati, dat is dood.

De boewaja’s op de plankengalerij hebben al een flinke slok op. Ze slaan en stompen elkaar, terwijl ze gieren van het lachen. Een van de vechtersbazen deelt een te harde klap uit en onmiddellijk ontstaat er een vechtpartij. Anderen springen tussenbeide en het opstootje wordt vanavond gelukkig in de kiem gesmoord.

Even voor elven treedt een van de actrices dansend naar voren. Rinkelende belletjes aan de enkels. Heupwiegend kondigt ze een pauze van tien minuten aan. Iedereen haast zich naar buiten voor wat frisse lucht. Voor de dorstige kelen en hongerige magen zijn er hapjes en drankjes verkrijgbaar bij de tientallen kraampjes.

Na de pauze wordt de laatste akte gespeeld. Als de slotscène geëindigd is, gaat het doek omlaag. Een van de acteurs komt voor het voetlicht om de voorstelling van de volgende avond aan te kondigen: Aboe Hassan, een klucht uit Duizend-en-een-nacht. Daarna zet het orkest een wals in en gaat het voorscherm weer op. Enkele acteurs en actrices vormen een tableau vivant. Dan zakt het doek voor de laatste maal en onder de tonen van ‘Wien-Neêrlandsch-bloed’ begeeft het publiek zich naar buiten.